Vogelwerkgroep Zutphen en omstreken

Knobbelzwaan (Cygnus olor)

Soortinformatie | 2005 | 2006 | 2011 | 2012

Inventarisatie 2012

In het jaarboek 2011 van de Vogelwerkgroep Zutphen verscheen een item over knobbelzwanen in en rond Zutphen met als afsluitende regel dat in de toekomst mogelijk nog wel eens iets over deze soort geschreven zal worden. Dat kan nu omdat deze soort in 2012 ook bestudeerd is.

In het jaar 2012 zijn door mij de telgebieden met de door de Vogelwerkgroep Zutphen en omstreken gehanteerde gebiedscodes AV1, VB1, VB2 en ZU1 t/m ZU9 onderzocht op het voorkomen van broedende en/of territoriale knobbelzwanen (figuur 1). Het onderzochte gebied heeft een oppervlakte van 2571 hectare. Het ligt grotendeels in en rond de stad Zutphen en ligt voornamelijk in atlasblok 3337. Ik koos voor dit gebied omdat in het buitengebied nauwelijks broedende knobbelzwanen aan te treffen zijn. In de stad levende zwanen zijn goed te volgen omdat zij weinig schuw zijn. Daarnaast zijn de nesten veelal eenvoudig te vinden, laten de vogels zich goed bekijken en dragen veel stadsgenoten de zwanen een warm hart toe. Dat is in het buitengebied wel anders. Moedwillige verstoring, intensieve landbouwwerkzaamheden en werkzaamheden van het waterschap zijn er mede debet aan dat deze soort hier amper tot broeden komt.

In het geïnventariseerde gebied liggen laken, vijvers, retentievijvers en het riviertje de Berkel. In de loop van het voorjaar van 2012 zijn in de hierboven genoemde telgebieden broedverdachte vogels en hun nesten opgezocht. Het onderzoeksgebied kent in het noordoostelijk deel graslanden in het Berkeldal. Dit dal is van oudsher in trek bij overwinterende zwanen. Het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied bestaat uit akkers en grasland en het industrieterrein De Revelhorst.
In 2012 werden in de stad en rond de stad Zutphen negen broedparen en één territoriaal paar vastgesteld.

Figuur 1: ligging van het geïnventariseerde gebied

Figuur 2: globale ligging van de territoria
in het onderzochte gebied

TelgebiedAantal (broed)paren
AV10
VB11
VB22
ZU10
ZU20
ZU30
ZU40
ZU53
ZU61
ZU70
ZU81
ZU92
Totaal10

Tabel 1: Aantal (broed)paren in de stad
Zutphen en directe omgeving in 2012

Er zijn twee kleurvarianten te onderscheiden; er zijn volwassen vogels met vleeskleurige poten waarvan de jongen een geheel wit donskleed en roze snaveltjes hebben en er zijn volwassen vogels met zwarte poten, waarbij de jongen een grauw verenkleed en een donkere snavel hebben. (Ruitenbeek W. & Andersen-Hareld P. 1979).

Ongeveer een derde van de "Zutphense" broedpopulatie bestaat uit de witte variant. Er was zeker een gemengd paar, het mannetje had zwarte poten, het vrouwtje roze. Dit paar produceerde jongen van zowel de witte en grauwe variant.

Eerst lang nadat er her en der jongen uit het ei waren gekropen ben ik begonnen met het noteren van de kleur van de jongen met het doel om te kunnen bepalen hoe groot het aandeel wilde knobbelzwanen is ten opzichte van de vogels met tamme voorouders. Jongen van tamme voorouders zijn bij het uitkomen al wit, de jongen van zwanen met wilde voorouders hebben dan een grauw uiterlijk.

Hieronder volgt een kort relaas van het wel en wee van de broedparen om zo een beeld te geven van verschillen die per broedpaar kunnen optreden.

Telgebied VB1, broedpaar 1

Het nest in dit telgebied werd in een later stadium pas gevonden en wel op het moment dat er al jongen geboren waren. Het nest lag midden in de drooggevallen plas. Deze markante nestplaats is niet eerder gevonden omdat de begrenzing van het studiegebied gaandeweg het broedseizoen opgerekt is. De legselgrootte bleef onbekend. Op 1 augustus zwom er nog een adult paartje met hun vier donkere jongen rond.

Telgebied VB2, broedpaar 2

Het nest bij de Kolkemate (VB2) werd in de loop van het broedseizoen door mij bezocht. Op 30 mei 2012 trof ik het vrouwtje slapend op het nest aan, het mannetje dreigend nabij. Het vrouwtje heb ik niet van het nest gepest waardoor de legselgrootte voor mij onbekend bleef. Op 13 juni werden hier door mij twee adulte oudervogels gezien met twee grauwe pullen. In het nest lag een niet uitgekomen ei. In dit ei zaten diverse barsten. Ik heb het ei geopend. Een enorme stank kwam mij vervolgens tegemoet. Dit ei bevatte een compleet embryo. Mogelijk heeft het geen kans gezien om de eischaal te breken.
In augustus 2012 was alles anders, van de broedvogels "Kolkemate" geen spoor, er zwom daarentegen wel een adult paar rond met vier grauwe jongen.

Telgebied VB2, broedpaar 3

Het nest in het noordelijk deel van dit telgebied werd gebouwd in een meerjarige rietkraag. In het nest werden vijf eieren gelegd. Op 30 mei 2012 zag ik dat het nest verlaten was. Er lagen vijf niet uitgekomen eieren in dit nest. Ik heb de eieren niet geopend, zodat onbekend is of de eieren embryo's hebben bevat. Laks veldwerk dus. Ik heb geen idee waarom dit nest in de broedtijd door het vrouwtje werd verlaten. Mogelijk heeft zij de brui aan het broeden gegeven omdat het mannetje slechts zelden aanwezig was en zij er geen trek in had om eventuele kuikens als alleenstaande moeder op te laten groeien. Of is er iets anders aan de hand geweest?

Telgebied ZU5, broedpaar 4

Het nest bevatte op 30 april 2012 al een vijflegsel. Een week later bevatte dit nest nog steeds vijf eieren. Ik ga er vanuit dat dit dus de legselgrootte was. Het nest was van plantaardig materiaal, riet en grassen gebouwd en lag half op het schouwpad tegen een meerjarige rietkraag aan. Op 30 mei 2012 trof ik er vijf kleine geheel witte donsjongen aan.
Tijdens het broeden verbleef het mannetje veelal in de buurt van het broedende vrouwtje, immer alert en waaks. Geregeld zwom het mannetje met opgeheven vleugels rond. Op 26 mei 2012 zag ik dat het nest leeg was, er lagen geen niet uitgekomen eieren in het nest. Het paar werd vervolgens met vijf jongen aangetroffen op de grote plas aan de Draaiomsdreef. Op 30 mei 2012 is het paar vertrokken naar de kleine plas aan de Draaiomsdreef. Op 17 en 20 juni 2012 verbleef het paar nog steeds bij deze kleine plas, echter nu met vier juvenielen. Op 7 juli 2012 trof ik het paar met nog maar drie jongen aan op de kleine plas aan de Draaiomsdreef. In zes weken tijd verloor dit paar dus twee jongen. Ik heb de omgeving afgezocht maar heb beide jongen niet terug kunnen vinden. Deze jongen hadden bij de geboorte al een geheel wit verenkleed en roze snaveltjes. Het betreft hier dus jongen van de zogenaamde witte variant. Veelal verbleef het paar rond de grote en kleine plas aan de Draaiomsdreef. Lopend verplaatsten deze zwanen zich van de ene naar de andere plas, het verkeer op de Draaiomsdreef ophoudend. Ik heb diverse malen gezien dat automobilisten in alle rust wachtten totdat het paar en hun jongen overgestoken waren, anderen zijn minder geduldig en toeterden er lustig op los. Tot 20 september was het gezin nog compleet, op 26 september zag ik dat de familie uit elkaar begon te vallen.
Bij de dierenweide aan de Lage Weide trof ik het paar met nog maar één jong aan, op de kleine plas bevonden zich de andere twee jongen. Tot zeker 2 januari 2013 heeft dit paar één jong bij zich gehouden. Na 26 september 2012 heb ik twee van de drie jongen niet meer teruggezien op de plassen aan de Draaiomsdreef.

Telgebied ZU5, broedpaar 5

Al vroeg in april was er een paartje knobbelzwanen aanwezig op het terrein van de Begraafplaats aan de Warnsveldseweg (ZU 5). Dit paar heeft geen serieuze broedpoging ondernomen maar heeft wel een nestvlonder gebouwd tussen enkele rietstengels. Het nest was van vers groen (loof van opschietend riet) gemaakt. Er lag op 3 mei 2012 al een behoorlijk nest. Het werd echter niet afgebouwd. Na half mei is er niet meer aan het nest gewerkt. Het mannetje vertoonde bij dit nestvlonder tot ver in de zomer territoriaal gedrag. Diverse malen trof ik dit mannetje met opgebolde vleugels blazend aan. Dit gedrag vertoonde hij naar mensen en honden maar ook naar de aanwezige Meerkoeten. Wellicht dat dit paar de omgeving heeft verkend voor een broedpoging in 2013. Vanaf eind april tot eind september trof ik dit paar bijna dagelijks aan. Half oktober 2012 verbleef er nog een volwassen knobbelzwaan op de begraafplaats, in de derde week van oktober 2012 was ook deze vogel naar elders vertrokken.

Telgebied ZU5, broedpaar 6

Een derde nest trof ik in dit telgebied aan in een forse pluk riet. Dit nest is niet op inhoud gecontroleerd. Veelal zat vanaf de derde week van april het vrouwtje op het nest en zwom het mannetje dreigend over de Berkel. Dit mannetje was ook geregeld bij het nest en zijn vrouwtje te vinden. Op 10 mei 2012 trof ik voor het laatst het vrouwtje op het nest aan, terwijl het mannetje met opgebolde vleugels rondzwom. Op 18 mei 2012 waren zowel het mannetje als het vrouwtje rond het nest aanwezig, na die datum heb ik de vogels er niet meer aangetroffen. Op 29 mei verbleef er een volwassen knobbelzwaan in de nabijheid van het nest. Dit hoeft natuurlijk niet één van de broedvogels te zijn maar kan ook evengoed een buurman of buurvrouw zijn die even komt kijken wat er bij de buren aan de hand is.

Na eind mei heb ik rond deze nestplaats geen zwanen meer waargenomen, het heeft er alle schijn van dat de broedplaats rond die datum door de vogels verlaten is. Rond half juni trof ik op de Grote Gracht een paar aan zonder jongen, wellicht de vogels van het Bornhof.

Telgebied ZU6, broedpaar 7

Het nest werd aangetroffen in een restant van een rietkraag. Het vrouwtje zat vanaf het moment dat ik het nest vond al zo vast te broeden dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen haar van het nest te pesten. De inhoud van het nest heb ik daarom niet vastgesteld.

Op 13 mei 2012 trof ik het nest leeg aan. Van twee eieren trof ik de overgebleven resten aan. Voor mij is onduidelijk gebleven of er jongen uit het ei zijn gekropen of dat het legsel door vandalen vernield is. Volgens buurtbewoners zijn er jongen uitgekomen maar op de aangrenzende waterpartijen heb ik geen knobbelzwanen aangetroffen. De vogels leken wel van de aardbodem verdwenen. Ook later in het seizoen zijn geen knobbelzwanen meer waargenomen. Vroeg in het voorjaar werd er geregeld gevochten tussen grauwe ganzen en de knobbelzwanen. Het mannetje beschermde het vrouwtje met verve, de ganzen kregen geen poot aan de grond. Ik geloof niet dat een gemengd voorkomen van zwanen en ganzen de zwanen in de weg zit. Een volwassen knobbelzwaan mannetje is voor zover ik dat heb kunnen zien wel opgewassen tegen een tiental broedpaar grauwe gans. Ik geloof daarom ook niet dat de aanwezige soep- en grauwe ganzen er de oorzaak van zijn dat dit legsel mislukt is.

Telgebied 8, broedpaar 8

Er werd gebroed in een brede rietkraag. Het riet groeide daar weelderig en al snel was het broedende vrouwtje niet meer op het nest te zien. In de rietkraag was goed te zien waar het vrouwtje van en naar het nest ging, er was een smal gangetje ontstaan. Dit mannetje was veelvuldig van huis, bij controles van het nest en de nestomgeving werd het mannetje slechts zelden aangetroffen. Op 17 mei 2012 kon ik het vrouwtje nog broedend op het nest zien zitten. Het mannetje was afwezig. De inhoud van het nest was zonder een nat pak te halen of zonder gebruik van een bootje niet te controleren. Ik heb het dus nagelaten.

Op 19 juni 2012 trof ik op de laak bij de Dennendijk een paar knobbelzwaan aan met vier jongen, die wel van dit nest afkomstig moeten zijn. Dit paar had twee grauwe en twee witte juvenielen. Ik trof er tegelijkertijd een paar met drie grauwe jongen aan, onduidelijk is waar dit paar vandaan kwam.

Telgebied ZU9, broedpaar 9

Het nest werd aangetroffen op een talud van de oever, gebouwd van plantaardig materiaal. Dit was maar spaarzaam aanwezig en daarom was het nest aan de kleine kant. Het nestmateriaal is niet echt aanwezig omdat het plasje jaarlijks door het Waterschap grondig gemaaid wordt en het maaisel ook nog wordt afgevoerd. Dit zou anders moeten kunnen! Laat vegetatie staan! Het vrouwtje van dit paar wilde wel op de dagen dat ik er was wel makkelijk opstaan zodat de legselgrootte vastgesteld kon worden. Er lagen uiteindelijk zes eieren in dit nest, die ook allemaal zijn uitgekomen.

Telgebied ZU9, broedpaar 10

Het nest was gebouwd op een stenen pijler van de hoogspanningsmast. Het nest bestond ook hier uit plantaardig materiaal en enkele dunne wilgentwijgen. Het aantal eieren in dit nest is voor mij onbekend gebleven. Op 17 mei 2012 trof ik zeven net uitgekomen jongen aan, waarvan vier witte exemplaren en drie grauwe vogels. Op 27 juni en 28 juli 2012 was het gezin nog compleet. Begin augustus waren er bij dit paar twee grauwe en een witte juvenielen te zien. Op 5 augustus van 2012 bleek er iets merkwaardigs aan de hand te zijn. Ik trof bij Leesten Oost twee grauwe en een witte juveniel aan en oudervogels waren in geen velde of wegen te bekennen. Het leek mij een voortijdig opbreken van de familierelatie. Eind augustus trof ik een knobbelzwaan paar aan met twee witte en een grauw jong. Richting Leesten Oost trof ik toen drie juvenielen aan waarvan twee witte en een grauwe.

Nesten

Van de tien door mij gevonden nesten werden er acht gebouwd in meerjarige rietvegetaties. Eén nest lag tegen een kale oever aan en een ander nest werd gebouwd in een drooggevallen plas in een opkomend wilgenstruweel. Rietvegetaties zijn van groot belang voor de zwanen: het biedt voldoende plantaardig materiaal om het nest van te bouwen en het zorgt ook voor enige dekking en een stabiele ondergrond. De gemeente en het waterschap zouden er beiden zorg voor moeten dragen dat dergelijke vegetaties op een fatsoenlijk niveau langs de waterlopen kunnen groeien. Het grootschalige maaien zoals dat nu veelal aan de orde van de dag is zou achterwege moeten blijven. Dit is niet alleen in het belang van de zwanen maar ook gunstig voor andere rietvegetaties minnende soorten zoals de meerkoet, het waterhoen en de wilde eend, maar ook voor broedvogels als de Rietgors en de kleine karekiet. Tevens zijn rietvegetaties overwinteringlocatie voor alle dieren van het watermilieu.

Van slechts vier broedparen is de legselgrootte bekend, evenals het aantal eieren dat uitgekomen is. Deze gegevens heb ik in onderstaande tabel opgenomen.

TelgebiedBroedpaar nr.N eiei uitei niet uit
opmerking
AV1geen paar aanwezig
VB11nest na het uitkomen van de jongen gevonden
VB22431 embryo in niet uitgekomen ei
VB23505 nest in eifase verlaten
ZU1geen paar / nest aanwezig
ZU2geen paar / nest aanwezig
ZU3geen paar / nest aanwezig
ZU4geen paar / nest aanwezig
ZU5455
ZU55alleen nestbouw
ZU56inhoud nest niet gecontroleerd
ZU67
ZU7geen paar / nest aanwezig
ZU88nest onbereikbaar
ZU9966
ZU910nest onbereikbaar
Totaal20146

Tabel 2: Legselgrootte en uitgekomen eieren in 2012

Het rondzwerven na het broedseizoen

Vanaf eind mei verschenen in het door mij onderzochte gebied paren zonder jongen. Na half juni bleken deze vogels weer vertrokken te zijn, mogelijk naar ruiplaatsen elders in het land.
Nadat de jongen het broedgebied verlaten sterven er nog velen, onder andere na een botsing met een hoogspanningslijn. In het tijdvak van 7 oktober 2012 t/m 15 december 2012 vond ik drie dode eerstejaars knobbelzwanen, twee witte en één grauwe. Twee vogels vond ik direct onder een hoogspanningslijn, de doodsoorzaak van het derde jong bleef voor mij onbekend.

Tijdsbesteding

De door mij aan het inventariseren van de knobbelzwanen in de stad bestede tijd is niet bijgehouden.

Toekomstplannen

In 2013 en volgende jaren zal het wel en wee van onder andere de knobbelzwaan in de stad onderzocht worden. Tijdens het veldwerk zullen daar waar mogelijk broedbiologische parameters verzameld worden, waaronder start eileg, legselgrootte en jongenoverleving. Tevens zal bekeken worden hoe groot het aandeel van tamme herkomst aanwezige vogels is en zal getracht worden de vogels naar leeftijd weg te zetten. Er zal onderscheid worden gemaakt naar juveniel, < 2kj, > 2kj en adult.
Geïnteresseerden die met mij de komende jaren ook het wel en wee van de knobbelzwanen willen volgen kunnen met mij contact opnemen. Wellicht dat dan een groter deel binnen het werkgebied van vogelwerkgroep Zutphen e.o. op een grotere schaal onderzocht kan worden.

Literatuur

  • Van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Kosmos Vogelmonografieën. De Knobbelzwaan. W. Ruitenbeek / Andersen-Harild.
  • Sovon 1987. Atlas van de Nederlandse Vogels.
  • Sovon Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998 - 2000. Nederlandse Fauna 5.

Henk Jan Hof, februari 2013