Vogelwerkgroep Zutphen en omstreken

Knobbelzwaan (Cygnus olor)

Soortinformatie | 2005 | 2006 | 2001 | 2012

Inventarisatie 2011

Broedvogels

Eerder in 2005 en in 2006 is geprobeerd een overzicht te krijgen van territoria en nesten binnen het werkgebied van de Vogelwerkgroep. Dat liep allemaal niet zo makkelijk toen. Waarnemingen konden worden doorgegeven via de mail maar dat waren er uiteindelijk niet veel. Sinds 2006 hebben we een ingang binnen Waarneming.nl gekregen waarmee het aantal doorgegeven vogelwaarnemingen enorm is gestegen.

Uit Sovon Vogelonderzoek Nederland 2002, Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000 Nederlandse Fauna 5, blijkt dat er in de atlasblokken binnen het werkgebied rond de twintig tot vijfentwintig broedparen aanwezig kunnen zijn. Binnen de grenzen van het werkgebied van 192 km2, zijn in 2011 drieëntwintig paar knobbelzwaan genoteerd. Dat sluit aan bij het in de Atlas vermelde aantal. Van de paren in 2011 bouwden veertien paren een nest, negen paren hadden geen nest maar hielden wel een territorium bezet. In hoeveel nesten daadwerkelijk eieren zijn gelegd is onduidelijk. Deze informatie is niet voorhanden. De territoria zijn bepaald op basis van de Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. De daarin gestelde criteria zijn wel enigzins losgelaten in die zin dat meer waarnemingen dan nodig zijn geclusterd binnen één en hetzelfde territorium. Het was een manier om de niet systematisch verzamelde informatie te ordenen. Het is goed mogelijk dat het aantal van 23 paar aan de te lage kant is.


Figuur 1: Verspreidingskaart territoria knobbelzwaan in 2011. Samengesteld op basis van losse waarnemingen van www.vwgzutphen.waarneming.nl (1 april t/m 15 aug 2011) en begrenzing ZU2 t/m ZU9.

NestvondstN = 14
Territorium zonder nestN = 9

Uit het kaartje blijkt dat er een cluster van broedgevallen in en rond de bebouwde kom van Zutphen aanwezig is. Slechts enkele broedgevallen zijn aangetroffen in het buitengebied. In het stedelijk gebied wordt met name gebroed in stadsvijvers en de kleinere plasjes in de stad.

Het gros van de territoria is aangetroffen oostelijk van de IJssel. Ten westen van de IJssel zijn territoria schaars. De echte broedgevallen zitten in of aan de rand van de stad. Meer richting de Veluwe zijn geen broedende vogels of vogels met een territorium aangetroffen. Dit sluit nog steeds aan wat in de Atlas van de Nederlandse Vogels (sovon 1987) al geschreven is. In die atlas zijn de meeste meldingen van knobbelzwanen gedaan aan de oostzijde van de IJssel. Uit het ingevoegde kaartje blijkt ook dat in grote delen van ons werkgebied geen broedvogels zijn aangetroffen, voor een deel zal ongeschikt biotoop daar debet aan zijn. In de op het oog geschikte biotopen moet iets anders aan de hand zijn. Mogelijk is daar sprake van moedwillige verstoring.

Bij een zestal broedparen zijn jongen waargenomen, in aantal variërend van twee tot en met zeven jongen. Een paar had zeven grijswitte jongen bij zich, beide oudervogels hadden licht gekleurde poten, herinnerend aan de tamme afkomst van hun voorouders. Bij één broedpaar zijn zowel grijswitte als bruingrijze jongen aangetroffen (twee om drie). Bij de overige broedparen zijn bruingrijze jongen aangetroffen. Het aantal waarnemingen van vogels met jongen is te summier om maar iets te kunnen zeggen over jongensterfte. Van één paar is bekend dat van de vijf eieren er vier zijn uitgekomen en van die vier jongen waren er half augustus nog maar twee in leven.

Ontwikkeling broedvogels

Het is lastig om met de huidige gegevens te bepalen of binnen het gehele werkgebied de stand van de knobbelzwaan stabiel of aan fluctuaties onderhevig is. Van in de stad broedende vogels is meer concrete data voorhanden. De stad Zutphen is onderverdeeld in negen teleenheden (ZU1 tot en met ZU9). Van acht telgebieden is over een niet aansluitende periode van vier jaren het aantal nesten bekend. Gesteld mag worden dat het aantal in de stad broedende knobbelzwanen stabiel is. Onderstaande tabel heeft betrekking op de teleenheden ZU2 tot en met ZU9 (zie figuur 1).

JaarAantal nesten
20056
20066
20087
20117

Tabel 1: Broedende knobbelzwanen in de stad Zutphen (ZU2 t/m ZU9) in periode 2005 - 2011

Niet-broedvogels

Op diverse plekken zijn in het vroege voorjaar groepen vogels aangetroffen, groepen die verdwijnen als het voorjaar vordert. De navolgende gebieden zoals de Bronkhorsterwaarden, Cortenoever, Warken, het Berkeldal bij Almen, het gebied ten zuidoosten van Klarenbeek en de graslanden rond de Eefdese Beek ten oosten van Eefde herbergen veelal de grotere aantallen overwinterende vogels. Bij de Eefdense Beek zijn tot 1 mei 2011 nog twaalf pleisterende, veelal onvolwassen, vogels aangetroffen. Uit voorliggende data kan opgemaakt worden dat pleisterende knobbelzwanen van een open landschap houden, het omliggende oppervlakte grasland mag fors zijn. Veelal is er ook water in de nabijheid. Dit kan een brede rivier als de IJssel zijn, maar ook een rivier als de Berkel of kleiner. De pleisterende groepen zijn nagenoeg allemaal op grasland aangetroffen. Gras is een belangrijke voedselbron van de zwanen.

Verwacht mag worden dat deze groepen na mate het voorjaar vordert de ruiplekken elders in het land zullen opzoeken. Bekende rui- en overzomeringsplekken zijn te vinden op de grotere wateren. Denk aan de randmeren, IJsselmeer en de Grevelingen.
In Waarneming.nl dateert de eerste invoer van pleisterende vogels van 21 december 1968 en wel drie exemplaren bij de Bonte Koeweg. Tot en met de jaren 1981 zijn mondjesmaat waarnemingen van knobbelzwanen doorgegeven, enkele waarnemers hebben de moeite genomen om recentelijk hun destijds in veldboekjes en/of klapperkaarten genoteerde waarnemingen digitaal te maken en daarmee is die informatie toegankelijk geworden voor een ieder.

Enkele grote groepen zijn destijds wel genoteerd. Op 23 april 1975 werden 62 pleisterende exemplaren rond Baak aan de Bonte Koeweg gezien en op 17 mei 1981 134 pleisterende exemplaren rond het dorp Voorst. De eerstvolgende grote groep pleisterende vogels uit het waarneming.nl archief dateert vervolgens van 1 maart 1996 en heeft betrekking op 50 pleisterende knobbelzwanen bij Cortenoever. Oude gedetailleerde documentatie over de verspreiding in het werkgebied van de vogelwerkgroep Zutphen, in zowel de wintermaanden als in het voorjaar, is niet voorhanden, vooralsnog niet tenminste. Waarnemers die nog informatie uit het verleden hebben kunnen dat alsnog op Waarneming.nl invoeren.
Tot 1995 zitten er vervolgens geen waarnemingen meer in de database. De laatste vier jaar wordt door een groepje waarnemers waarnemingen van knobbelzwanen consequent ingevoerd.

Anekdote

Op 24 januari 1976 zijn drie met gele halsbanden gemerkte vogels waargenomen door Jan Hof in de Bronkhorsterwaarden. Twee volwassen vogels met code PC30 en PC31 en een juveniel met code PC32. Uit informatie van het R.I.N. bleek dat deze vogels geringd waren in de Weerribben.

Trekkende knobbelzwanen

Op de telpost Warnsveld zijn in het tijdvak 11 augustus 2000 tot en met 11 augustus 2011 1257,24 teluren gemaakt. Gemiddeld wordt op die telpost 0,05 overvliegende knobbelzwaan per uur genoteerd. Gesteld kan worden dat van echte zichtbare trek geen sprake is. Op de beste trekteldag, te weten 6 oktober 2007, werden tijdens de ochtendtelling tien overvliegende zwanen genoteerd.

Aantal en verspreiding januari 2011

Niet broedvogels verblijven meestal in groepen in ons studiegebied. Veelal kiezen ze voor de grotere open gebieden. Het beste overzicht van knobbelzwanen buiten het broedseizoen is verkregen via de jaarlijkse januaritelling van wintervogels in het werkgebied. In de maand januari wordt jaarlijks zoveel mogelijk het hele werkgebied geteld en de knobbelzwaan in één van de soorten die op kaart ingetekend wordt. Hieronder een beeld van de januariverspreiding in januari 2011 toen 172 knobbelzwanen werden geteld.


Jaar
Geteld opp in km2
N
N/100 ha
2006
192
181
0,94
2007
114
134
1,18
2008155
129
0,83
2009
154
142
0,92
2010
192
131
0,68
2011
172
172
1,00
Totaal
979
889
0,91

Tabel 2: Overzicht getelde knobbelzwanen en dichtheden tijdens januaritellingen 2006 t/m 2011

Verstoring, jacht en sterfte.

Bij de Provincie Gelderland heb ik afschotcijfers opgevraagd voor de regio rond Zutphen. Die concrete cijfers zijn er niet. Er werd verwezen naar de site www.faunabeheereenheid.nl/gelderland/

Uit onder andere de inhoud van die website (http://www.faunabeheereenheid.nl/gelderland/Diersoorten/Knobbelzwaan.doc) blijkt dat overal binnen het werkgebied van de Vogelwerkgroep vrijstelling is verleend voor het opzettelijk verstoren van knobbelzwanen op en bij zogenaamde "schadegevoelige" percelen. Dit opzettelijke wegpesten is het hele jaar toegestaan. Naast het eieren rapen en schudden wat mag in de periode van 1 maart tot en met 30 mei, worden knobbelzwanen ook legaal afgeschoten in de periode van 1 december tot 1 mei.

Duidelijk mag zijn dat het eieren schudden het aantal paren met jongen erg beïnvloed, het raakt de broedpopulatie zelf. Afschot zal heel vaak betrekking hebben op juveniele en onvolwassen vogels. Deze vogels zullen dus nimmer aan het broedproces deelnemen. Deze vormen van vervolging drukken zwaar op de gehele populatie waardoor de knobbelzwaan als broedvogel in grote delen van het werkgebied vrijwel is uitgeroeid.

In de periode 2005 tot en met 2008 zijn in Oost Nederland door leden van de Faunabeheereenheid Oost Gelderland 311 geschoten knobbelzwanen gemeld. Van een nest bij de Revelhorst is bekend dat al verscheidene jaren aaneen de eieren in de loop van het broedseizoen verdwenen zijn. Vertrapping rond het nest en een spoor naar het nest duidt op moedwillige verstoring.

Niet alleen vinden knobbelzwanen de dood door afschot, ook zijn er geregeld draadslachtoffers gevonden. In de periode van 29 april 2005 tot en met 23 augustus 2011 vonden negen knobbelzwanen de dood nadat zij tegen een hoogspanningsdraad waren aangevlogen. Daarnaast werden nog vijftien dode knobbelzwanen gevonden, waarvan de doodsoorzaak niet achterhaald is.

Aanbeveling

  • Noteer alle knobbelzwanen en voer die waarnemingen in op Waarneming.nl
  • Wees bij de invoer wat meer specifiek; geef leeftijd aan, een nestvondst, een dood gevonden exemplaar, afschot en wegpesterij. Leuk de waarnemingen op met eigen foto's!
  • Over een paar jaar zal er dan weer een item over knobbelzwanen kunnen verschijnen.

Literatuur

  • Van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Kosmos Vogelmonografieën. De Knobbelzwaan. W. Ruitenbeek / Andersen-Harild.
  • Sovon 1987. Atlas van de Nederlandse Vogels.
  • Sovon Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998 - 2000. Nederlandse Fauna 5.

Henk Jan Hof